Dikke doei

Dikke doei

‘Dikke doei’, kweelt het aanstellerige blondje door de telefoon. Tenminste dat is een beeld dat door mijn hoofd schiet bij het horen van deze afscheidsgroet. Of ik zie de quasi interessante eind 40’er/begin 50’er die de boot net heeft gemist, in ieder opzicht, maar toch nog leuk mee wil doen. En dan heb ik het nog niet eens over de ergernis die de groet an sich oproept.

Dikke doei! Wat bedoelt iemand daarmee? Dat-ie je eigenlijk nooit meer wil zien, hetgeen benadrukt wordt door niet slechts het nonchalante doei uit te stoten, maar het woord ook nog eens te verdubbelen door er dikke aan toe te voegen. Of is het juist andersom? In het geval van dat kwelerige blondje bijvoorbeeld. Wil zij extra lief afscheid nemen en maakt ze er daarom dikke doei van? ‘C’est le ton qui fait la musique’, dat is zeker waar, maar wat de bedoeling ook moge zijn van de dikke doei-groeters, ze zitten fout. De uitdrukking is namelijk geen afscheidsgroet.

Het is straattaal. Dikke doei betekent zoveel als: ik doe het niet, bekijk het maar, dat trek ik niet. Dat laatste komt absoluut overeen met de gevoelens die dikke doei bij mij oproept: ik trek die groet inderdaad niet. Puke!

0 Reacties

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*